Ik sta op de heuvel en wordt de wereld om mij gewaar.
Het stralend wit strekt zich uit tot ver voorbij de kim.
Egaal van kleur; rein en onaantastbaar ligt het daar;
Een beschermend vlies ligt over de aard. Hoe slim
Bedacht door moeder Natuur: dit afweersysteem
Tegen de van elders komende dodelijke kou.
Zo blijft de warmte binnen; als water in het leem.
Het is daarom dat ik van de winter hou.
Het zijn niet de feesten die mij trekken
Maar deze geruststellende deken,
Die zij de aarde heeft doen bedekken
Zal ieder een hart onder de riem steken.
De kou houdt een ieder binnen bij 't vuur,
De sneeuw nodigt uit tot wandelingen,
Schilderen, spelen, schaatsen en avontuur.
Het versterkt de geur van de seringen.
Geen winter is compleet zonder sneeuw,
Want ze maakt haar minder koud en guur.
Daarom was de gouden eeuw zo magisch,
Behalve dat ene jaar met de winter van te lange duur.
4 januari 2004 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren
| Maak geen misbruik van dit gedicht. Do not misuse this poem. Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl |
||
Links | ||