Ridder te paard

Ik kijk uit mijn raam en zie aan de horizon
Een ruiter aan mijn blik voorbij gaan.
Gewapend en hooggezeten; beter dan een Don.
Heel even twijfelt hij en dwingt zijn ros tot staan.

En terwijl ik dat vanuit mijn raampje bekijk
Vraag ik me af, wat dan wel zijn gedachten zijn.
Is het plotselinge angst om te worden tot een lijk?
Of denkt hij aan zijn vader en de visserslijn?

Ik wou dat hij het me vertelde of ik in zijn ogen kon zien
Maar dat gebeurt niet en hij gaat langzaam verder.
Is het mijn verbeelding of wil hij liever omkeren misschien?
Of wachtte hij tot de ander veilig was, die overstekende herder.

Nog even en de ridderstip is verdwenen
Op weg naar verre oorden, verder nog dan dat.
Misschien zal hij zijn wapens wel eens uitlenen?
Of was hij op weg naar een vriend die hem nodig had?

Maar kwam hij te laat. Was het daarom dat hij stopte.
Schuld, twijfel, angst over het dat geschiedde of nog gebeuren zou?
Of was het vervoering, verliefdheid van het moment dat hem lokte?
Of was het simpelweg een rilling van de kou?

6 januari 2004 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren

Maak geen misbruik van dit gedicht.
Do not misuse this poem.
Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl

Links