Het Vlinderrijk

In vroeger tijd vroeg ik vaak af waar de vlinder heen ging
Als de zomerzon verdween en hij ook, z'n kroost achterlatend.
Ieder jaar weer kwam hij terug en deed weer rustig zijn ding.
En plande het huwelijk van zijn zoon, al luisterend en pratend

Met alles om hem heen. En, al fladderend en huppelend
Werd de zaak beklonken en het nectar rijkelijk gedronken.
Niet lang daarna verdween hij weer met de zon, al dansend
Naar het volgend jaar en de toekomst die hem is geschonken.

Elke keer weer neemt hij mijn dromen met zich mee
Om ze weer fris en verdubbeld terug te schenken, met een lint
Achter zich aan trekkend, met de verhalen voor bij de thee
Van zijn verre koninkrijk, waar een vlinder alleen maar vlinders vind.

En terwijl ik zit en kijk, luister in naar de verhalen
Van dat verre koninkrijk en ik doe mijn ogen toe. Ik woon
Niet langer hier maar in het vlinderrijk, zo vol met dalen,
Velden, meren, bloemen, bomen en zo wonderschoon.

En al weer veel te vlug moet de vlinder terug naar het rijk.
Ik zal hem missen en op hem wachten, terwijl de wind
Mij lieflijk herinnerend waarom hij gaan moest naar zijn wijk
In vlinderland. Zodat hij voor mij nieuwe dromen en verhalen vind.

11 januari 2004 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren

Maak geen misbruik van dit gedicht.
Do not misuse this poem.
Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl

Links