De lange houten rijen
Worden leger en kaler.
De imker verliest zijn bijen
En de beelden worden valer.
Ik snap die bijtjes wel
En toch ook weer niet
De kerk is vaak maar spel
Maar het gaat om wat je ziet
Als je binnen bent gekomen
En je wordt begroet
Door duizend mooie dromen,
Zo sappig en zoet,
Die je wenst uit te komen.
Zo eens in de zoveel tijd
Ga ik binnen in dat kerkje
Die mij altijd weer verblijdt
Dankzij dat mensenwerkje
Dat daar naast de ingang ligt;
De gasten stralend binnenlaat
En een ieder uitnodigt
Zich te bergen voor de haat
Die in je schuilt en je hoop of gemis
Ook zonder kaarsjes leven schenkt
Want iedere zondag na de mis
Wordt tijd besteed aan wat jij denkt
En in het boek geschreven is.
3 januari 2004 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren
Op het Begijnhof in Amsterdam staan twee kerken: een grote kerk, voor publiek gesloten, en een kleine kerk waar men vrij in en uit kan lopen. Het is er altijd rustig en kalm, hoewel het er nooit stil is. Als je binnenkomt heb je aan de rechterhand een plank met informatie over de kerk. Daar ligt ook het boek waar de meest leuke dingen in staan. Van de grootste hartewens tot een simpele vraag om een goed cijfer op een tentamen. Van een gebed voor een dodelijke zieke tot de hoop een verloren pen te vinden. Als ik dat lees… Nu ja, lees zelf maar. Mede dankzij dat boek kom ik heel graag in die kerk.
| Maak geen misbruik van dit gedicht. Do not misuse this poem. Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl |
||
Links | ||