Eendjes voeren

Iedereen ziet altijd musjes, ik de eenden.
Waar ik ook kom of ben: daar ook zijn zij.
Ze komen aangezwommen en snateren
Om brood en aandacht. 't Maakt me blij.

De heersers van het park, en ook de roddelaars.
Altijd weer zijn zij als eerste bij de nieuwe lui
'Wie het zijn, en hebben ze ook brood voor ons?'
Maar nooit zie ik losse veren. Zijn ze ooit wel in de rui?

Ik vind dat jammer want ik had er graag een gehad:
Zo'n mooie groene van de man, of een bruine van de vrouw.
Zo erg is dat toch ook weer niet want de veren behoren hen toe.
En niet aan mij of ieder ander. De natuur blijft hen trouw.

En als ik weer eens eendjes voer gaan mijn gedachten
Ver van mij vandaan. Ze volgen de eenden en mijn hart
Luistert naar hun verhalen, die van over de hele wereld
Vandaan komen. 't Is daar dat mijn wereldreis start.

6 januari 2004 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren

Maak geen misbruik van dit gedicht.
Do not misuse this poem.
Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl

Links