Vier zijkanten, een onder en een bovenkant
Allen van karton; in vele maten en vormen.
Te halen bij de lege-dozen hoek door de klant
Vaar de super. Dat zijn nu eenmaal de supernormen.
Zij kunnen er toch niets meer mee doen
En dat wat overblijft gaat gewoon naar de papierbak.
Want het is niet in te leveren voor wat poen
En het is te zwaar voor de normale vuilniszak.
Maar z'n mooie grote gekantelde doos,
Biedt beschutting en een mooi uitzicht
Aan die koddige grijze; onze liefkoos.
Een wereld van haarzelf die ons tot ontwijken verplicht.
Wat afval is voor de een kan een tweede gebruiken
En vooral onze dierenvrienden zijn daar goed in
En ze openen onze ogen door geheimen te ontluiken
Van ons 'afval' en ons te bewerken voor hun eigen zin.
Kijk ik dus naar een doos dan denk ik aan de kat
Past het wel en is 't stevig genoeg of neem ik toch maar
Die andere printer? Kost meer maar dat kan me wat.
En doos is allang geen doos meer, niet voor haar.
9 januari 2004 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren
| Maak geen misbruik van dit gedicht. Do not misuse this poem. Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl |
||
Links | ||