Ooit, lang geleden, liep ik met mijn ouders over de Friese dijk. Een wandeling van station tot station, en de hond was mee. We klommen over hekken, de hond eronder door, en sprongen over vlaaien. Het ene stuk stond vol met koeien; het volgend weer met schapen.
Schapen, die altijd maar weer blaten, hebben hun eigen koninkrijk. Begeleiden ons in de nacht: schaapjes tellen, doe je mee? Houden ons warm in de koude winter; staan ons toe hun oude vacht te aaien. Van al het vee heb ik hun het liefst; die mooie, wollen schapen.29 december 2003 Carolien Marijke Magdeld van Jaaren
| Maak geen misbruik van dit gedicht. Do not misuse this poem. Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl |
||
Links | ||