Heb mij onzegbaar lief,
bijt devoot,
bet mijn slapen,
zoen zodra gerust ragfijn.
Ontvang me, snoesje,
meer ontbijt - voor - twee lokt.
Espresso, vruchtensap. Crackertjes
vertolken vooralsnog redeloze begeerte.
Jij knikt klein, nipt, dipt aan verversingen,
geeft suiker, offers door, intieme nederlagen.
Langzaam wordt langzaam verwoest.
Mijn middelbare nimf wankelt, winkelt vurig.
Hoedje op opmaak, hand & nails,
up to date, zesdelige vetranden.
Om redenen van dien aard betreed ik rimpelige holen.
Op naar pril verplegend personeel, blosjes.
Beschouw het als ballenfolklore.
Ik volg de lokroep van de alcoholicus,
van volksplaag nummer twee.
Jaargang zoveel.
Ik blus angels, vijanden,
graveer amoureus ons maantje,
huppel, krabbel, doordans karmijnen hemels.
Althans elke lokale kroeg.
Dergelijk drankgedrag, zo een verlaten variéténummer,
leidt tot zuurgele wc's, ontketende deernen,
gedrogeerde biechtgeheimen.
| Maak geen misbruik van dit gedicht. Do not misuse this poem. Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl |
||
Links | ||