Ik duw de klink omlaag,
bepleit een kijkje in haar interieur.
Mijn studie oogst resultaat; in rokje, laarzen,
bijwijlen bruikbaar, marcheert een knap ding.
Ik glip binnen, vergun gretig genoegens,
ijver werkelijk vent te lijken.
Ter illustratie drijf ik bureaus, ik breng lasagne,
wettig tennisbedevaarten en bezeil dit marsepeinen broekje.
Sindsdien gaat het over de hele linie z'n gangetje;
ons toornig stilleven heet gekonfijt, pas toerekeningsvatbaar.
Voortreffelijk, naast polders bossen, op beton, timmeren wij
beursspeculaties, denkbeeldig nageslacht, gezonde spaarvarkens.
| Maak geen misbruik van dit gedicht. Do not misuse this poem. Meer informatie / more information gedichten@indronten.nl |
||
Links | ||